Complicaties
Geen enkele vorm van chirurgie is zonder risico, dus ook bij ooglaseren of contactlensimplantaties kunnen complicaties voorkomen. Gelukkig zijn de risico’s bij deze behandeling zeer laag, zeker bij het Dr. Binkhorst Eye Center.
Wij werken met de beste oogartsen, optometristen en verplegend personeel. Zij zijn allen hoog opgeleid en volgen jaarlijks vele seminars om hun kennis up to date te houden.
Ook onze apparatuur voldoet altijd aan de hoogste eisen.
Op deze manier kunnen we complicaties tot een minimum beperken.
Omdat we u volledig willen informeren treft u hieronder een overzicht aan van de complicaties.
De volgende complicaties kunnen optreden:
1. Onder- of overcorrecties
We kunnen met refractiechirurgie geen 100 procent resultaat beloven.
Dat kan bij geen enkele vorm van chirurgie.
We kunnen mogelijk iets teveel of iets te weinig corrigeren.
Over het algemeen komen ondercorrecties meer voor dan overcorrecties.
De kans op onder- of overcorrecties neemt toe naarmate de afwijking groter is.
2. Verblindingsverschijnselen
In de vroege postoperatieve periode zien ongeveer 5 tot 10 procent van de behandelde patienten
· lichtflitsen (starbursting); of
· halo’s (kring rondom een lichtbron).
Vooral mensen met erg grote pupil zien dit als het donker is.
Dit fenomeen verdwijnt normaal binnen enkele maanden.
Uit onderzoek blijkt dat de mogelijke glare (schitteringen) na de behandeling
minder is dan bij het dragen van contactlenzen.
3. Infecties
Vaak denken patienten dat dit de meest voorkomende complicatie is.
In werkelijkheid is de kans op infectie zeer klein. Statistisch is deze 1 op 5000.
Ter vergelijking:
· Met zachte contactlenzen hebt u een kans van 1 op 3000 om een ernstige hoornvliesinfectie te krijgen met blijvende schade aan het hoornvlies tot gevolg.
· Bij autorijden hebt u jaarlijks een kans van 1 op 150 op een ongeluk.
Bij vroegtijdige ontdekking kunnen we infectie normaal goed behandelen met medicatie.
U moet u nauwgezet aan de instructies van de oogarts houden.
· antibioticadruppels na de operatie indruppelen;
· gedurende drie weken niet wrijven in de ogen;
· gedurende drie weken niet zwemmen of onder de zonnebank;
Indien u toch een rood oog krijgt, raadpleeg dan zo snel mogelijk de behandelende oogarts.
4. Flapcomplicaties (LASIK)
In de LASIK-techniek maken we een flapje in het hoornvlies.
Hierbij kunnen een aantal dingen misgaan. Dit betreffen oplosbare problemen, die soms een iets tragere genezing tot gevolg kunnen hebben.
a. Plooitjes: Sporadisch kunnen er plooien in de flap komen enkele dagen na de operatie. Indien deze plooien het zicht verminderen, kunnen we de flap eenvoudig terug openmaken en de plooien gladstrijken.
b. Vrije flap: Bij uitzondering kan het flapje volledig los gesneden worden. Omdat de LASIK-techniek oorspronkelijk zo ontwikkeld werd, is dit geen echte complicatie.
Het flapje kunnen we perfect terugplaatsen. Het flapje zuigt zich vrijwel onmiddellijk vast.
c. Epitheelingroei: Het epitheel is het bovenste deklaagje van het hoornvlies.
Tijdens de LASIK-techniek blijft dit laagje intact. Tijdens de helingsfase kan een aantal cellen vanuit de wondrand onder de flap doorgroeien.
Dit komt voor bij nauwelijks 1 procent van de behandelingen.
Meestal is het zelflimiterend en hoeft er niets te gebeuren.
Als de cellen te centraal groeien, verwijderen we ze.
Dit gebeurt door de flap voorzichtig op te tillen en de ingegroeide cellen te verwijderen.
d. Flapverschuivingen: Het verschuiven van de flap gebeurt zelden na de eerste
48 uur. Het is meestal te wijten aan het wrijven in het oog. Om deze redenen adviseren we u om voorzichtig te zijn de eerste week na de operatie:
· vooral niet wrijven in het oog; en
· ’s nachts een beschermend schelpje of bril (duel clear eyeshield) dragen.
Mocht de flap dan toch verschuiven, dan merkt u dit aan een plotse daling in gezichtsscherpte. Het flapje kunnen we eenvoudig terugleggen, zonder blijvende gevolgen.
e. Droge ogen: Na een LASIK-behandeling is de traanfilm soms wat verstoord, zodat uw ogen onvoldoende bevochtigd worden. Dit kan leiden tot een schurend gevoel, met mogelijk een wat minder goed zicht. Dit houdt meestal slechts enkele weken aan, waarna de traanfilm zich weer herstelt. Om deze reden moet u gedurende twee maanden na de ingreep veelvuldig kunsttranen druppelen.
5. Regressie: Na de laserbehandeling kan er een zekere terugval zijn van resultaat. Dit komt vooral voor bij een sterke myopie of sterke hypermetropie welke we behandelen. Normaliter kan er een correctiebehandeling plaatsvinden.
6. Cornea ectasie: Na een lasikbehandeling kan er een cornea ectasie optreden. Deze complicatie is uiterst zelden. Er onstaat aan de binnenkant van het hoornvlies een soort blaasje door een verzwakking van de cornea. Risicofactoren voor deze aandoening zijn, een stijl hoornvlies, hoge myopie, het te diep laseren zodat er in de diepte minder dan 250 micrometer overblijft.
Soms is er een familiale historiek en wrijft de patient chronisch in de ogen met als gevolg een gedaalde cornea elasticiteit. Behandeling van deze aandoening is intacs, riboflavineUVA of het plaatsen van een harde contactlens.






